
Luister naar Alvin Luciers klassieker
I am sitting in a room (eerste opname, gemaakt in de Electronic Music Studio, Brandeis University, 1969) terwijl u dit bericht leest:
mp3
De Amerikaanse experimentele componist Lucier (1931) spreekt zittend een tekst uit in een ruimte. Deze gebeurtenis wordt opgenomen en vervolgens afgespeeld in dezelfde ruimte, wat weer wordt opgenomen en afgespeeld etc. Al deze getapete gebeurtenissen zijn daarna achter elkaar geplakt en vormen zo de poëtische compositie waar u nu naar luistert. Hieronder de tekst die wordt uitgesproken en die tegelijkertijd aangeeft wat er volgens Lucier plaatsvindt:
I am sitting in a room different from the one you are in now. I am recording the sound of my speaking voice and I am going to play it back into the room again and again until the resonant frequencies of the room reinforce themselves so that any semblance of my speech, with perhaps the exception of rhythm, is destroyed. What you will hear, then, are the natural resonant frequencies of the room articulated by speech. I regard this activity not so much as a demonstration of a physical fact, but, more as a way to smooth out any irregularities my speech might have.
Het effect is, zo komt het op mij over, dat het spreken, stamelen langzaam overgaat in een resonans, een meetrillen van geluiden, dat het stamelen steeds meer overneemt, vervangt, tot we alleen nog maar galm horen. Een galm van het oorspronkelijke spreken, een uitdovende ik. Uitdoven... ik weet eigenlijk niet of dat het juiste woord is. In
The Sound of Poetry / The Poetry of Sound zegt Craig Dworkin 't volgende:
Moreover, the tremelo of Lucier's stuttered syllables are one of the very last characteristics of his speech to survive the degradation of the tape recording: they remain rhythmically recognizable even after the syllables themselves can no longer be discerned. So, as Christofe Migone points out, "Lucier's intent to smooth out his stutter provides the impetus for the piece but what results is a heightened stutter."
Geen uitdoven dus, volgens Migone, maar wat overblijft is een "heightened", verheven (heilig?) stamelen. Ik heb het stuk intussen meerdere malen, als een verslaafde, achter elkaar gedraaid en geloof dat er een grond van waarheid (dat wil zeggen, geen feit maar mijn overtuiging) in Migones bewering zit. Ik heb het gevoel dat Lucier zich met
I am sitting in a room letterlijk en figuurlijk naar de "onsterfelijkheid" schiet: 1 hoedanigheid of toestand van onsterfelijk te zijn, 2 eeuwigdurende roem. Hij blijft ook in de galm absoluut en volwaardig aanwezig. En als mp3, of de opvolger ervan, steeds weer reproduceerbaar.
Over smaak valt niet te twisten: je vindt Luciers compositie subliem, helemaal niks of iets daar tussen in. Het is lastig om onder woorden te brengen waarom ik dit stuk zo prachtig vind. Laat ik als voorlopig antwoord op deze vraag een citaat van Allen Grossman geven, uit zijn onvolprezen
Summa Lyrica; A Primer of the Commonplaces in Speculative Poetics, revised form, 1992:
Poëzie functioneert als een machine die onsterfelijkheid produceert in de hoedanigheid van het samenvallen van betekenis met het aanwezig zijn.
Goede lyrische poëzie, en daar schaar ik
I am sitting in a room onder, zou ik weleens kunnen definiëren als een spreken, stamelen waarin
betekenis en
aanwezig zijn volledig samenvallen.
Aan een ster/ she argued. Wordt vervolgd.