20.12.12

Binnenkort verkrijgbaar


Bij Uitgeverij Stanza, in de serie Amsterdam Renaissance Chapbooks:
Ingangspunt
2012 in elf gedichten
Ton van 't Hof
ISBN 978-94-90401-09-2
20 blz - € 7,95

18.12.12

Lijstjes: te dol!

Ik las dit jaar 53 boeken en gaf 12 ervan 5 sterren:

  • Thinking Poetics: Essays on George Oppen, onder redactie van Steve Shoemaker, University Alabama Press, 2009
  • The House That Jack Built: The Collected Lectures, Jack Spicer, Wesleyan University Press, 1998
  • Speaking the Estranged: Essays on the Work of George Oppen, Michael Heller, Salt Publishing, 2008
  • Dear world, fuck off, ik ga golfen, Frank Keizer, Uitgeverij Stanza, 2012
  • Inside Out (Sparrow #14), Robert Creeley, Black Sparrow Press, 1973
  • Who Knows What Constitutes a Life, John Ashbery, Z Press, 1999
  • John Ashbery and You: His Later Books, John Emil Vincent, University of Georgia Press, 2007
  • Hotel Lautreamont, John Ashbery, Farrar Straus Giroux, 1992
  • I Don't Want Anything To Do With The Internet, Sophia Le Fraga, Keep This Bag Away From Children, 2012
  • De Kooning: An American Master, Mark Stevens & Annalyn Swan, Knopf, 2006
  • West Wind Review 2012, onder redactie van Zeke Hudson, Southern Oregon University, 2012
  • Midlife Motivator, Mark van der Schaaf, Uitgeverij Stanza, 2012

16 boeken ontvingen 4 sterren, 16 boeken 3 sterren, 8 boeken 2 sterren en 1 boek kreeg 1 lullig sterretje. U kunt alle resultaten hier nazien.

17.12.12

In overleg met uw behandelend arts

De kunst is: binnendringen in andermans brein

          M A N I P U L A T I E

Zoek de zeven verschillen tussen een politicus en een kunstenaar

          1e verschil

          (Paul Brown)

Broodkorsten die kleven

                    aan haar schoonheid

Daan Botlek

16.12.12

Er is veel

wat me geen reet meer schelen kan

maar niet alles.

Ik knal, draai, val uiteen en hergroepeer

bij elke stap.

Ik zou wel naar buiten willen

vandaag, waar niets

in isolatie gezien kan worden.

Luzinterruptes

15.12.12

In De figuur in het tapijt (Wereldbibliotheek, 2012) bedrijft Daniël Rovers receptie-esthetiek uit de jaren 60.

'[H]et vermogen de lezer een werkelijkheidservaring te bezorgen' – Ja dat is 't! – 'is een wezenlijke eigenschap van Oosterhoffs tekst'. Hij 'bewerkstelligt dat in de eerste plaats door in de roman veel ongezegd te laten. Zo noopt hij de lezer tot een betrokkenheid bij de tekst die op deze manier zelf een gebeurtenis wordt, dat wil zeggen: iets wat de lezer overkomt zonder dat hij precies weet wát er gebeurt.'

Rovers vermeldt geen in de tweede plaats, laat staan een derde en vierde. Als lezer moet ik het hiermee doen.

Lege plek in tekst dwingt lezer tot eigen invulling en leidt tot een (mogelijk meesterlijke) werkelijkheidservaring.

Ik bedoel: er is intussen toch wel iets méér gezegd over de wijze waarop taal onze communicatie belemmert? Dat kun je als literatuurwetenschapper niet afdoen met: 'Maar dat is hier niet mijn streven of ambitie geweest, of beter gezegd: daar bleek ik niet voor in de wieg gelegd. Ik heb voor een meer bescheiden, letterlijke leeswijze gekozen en me op de literaire teksten zelf gestort, in de (onbescheiden) overtuiging dat die teksten zelf een andere wereld in zich dragen.'

Een andere wereld? Dan welke? De theoretische? Paul Fry zegt over de aanwending van theorie het volgende:

'Theory doesn't have to be understood as a watchdog. At least in my opinion, and not everyone agrees with me, theory really lets us go our own way and simply reminds us that there are certain limits or reservations that need to be kept in mind, that one is perhaps wisest to keep in mind, as we think through problems of interpretation and meaning.'

Dat was ook mijn verwachtingshorizon toen ik aan dit boek begon. Enfin. Kostelijk zijn de rake citaten waarmee het boek doorspekt is. Alles wat ik hierboven gezegd heb verbleekt bij dit vonnis van Willem Jan Otten:

'Er gaat iets droevigs uit van een man die na zijn vijftigste nog steeds van zijn meningen leeft.'

14.12.12

INGANGSPUNT

Het ontraadselen van de dag kun je
op verschillende manieren doen, maar altijd
onbewust, tegen vaste regels in. Je zit daar

en leest een gedicht. Over iets
wat er niet is. En ik weet dat je je afvraagt
of dat te maken heeft met opgerolde dimensies,

wat min of meer juist is; onthoud maar
dat het berekend zijn op effecten kenmerkend is,
een tactisch in leven blijven. Alsof

iemand je iets aanreikt
wat op het laatste moment wordt teruggetrokken, zo
adembenemend mooi.

De dag is een stuk linnen
en jouw schilderen een vorm van communicatie
onder licht zoete hypnose waarschijnlijk.

12.12.12

John Ashbery's gedichten zijn hypnotiserende taalpatronen die effectief vaag zijn: ze klinken concreet maar zijn in feite zo algemeen en dubbelzinnig van aard, dat ze heel gemakkelijk aansluiten bij de ervaringen van de lezer. Ik raak telkens in een andere stemming, lijk steeds weer in mijn onderbewustzijn te belanden. Tom Jameson wees al eens op een mogelijke parallel tussen Ashbery's taalgebruik en dat van de Amerikaanse psychiater en psychotherapeut Milton Erickson.

Als ik Ashbery vertaal is 'effectieve vaagheid' een belangrijk keuzecriterium. Hieronder een vertaling van mijn hand van het titelgedicht uit zijn nieuwste bundel, Quick Question (Ecco, 2012):

KORTE VRAAG

Hier in het museum vragen we niet om moeilijkheden,
alleen de kruis van het huis, in zekere zin. Wij kunnen verder gokken
en chiquer zonder meeropbrengst. Van tijd tot tijd gonsden de auto's

's avonds laat en werden bleek: Uitspatting en berouw –
was dat niet het idee? Op jouw initiatief
zijn we hier, dwars door het ongemakkelijke deel

van een stad heen. Het leek wel alsof
sommige engelen wankelden op het houten hek.
Waren wij alles waar ze weet van hadden?

Of spelen wij een rol in hun geest reinigende
ritueel, noodzakelijk en af te danken?
Is dat niet logischer?

Minder dan een uur voor onze terugkeer van het meer
bloesemden de bomen als ontploffende granaten,
het landschap zoog zijn adem in,

nam er zoals altijd de tijd voor.
Ik wilde er met je moeder over praten,
maar heb haar nooit kunnen vergeven dat ze niet hier was, en kleurloos,

zoals moeders zouden moeten zijn,
denk ik. Te veel toepassingen van de regel volgen.
Er zijn er te veel, altijd bij ons

onder de boom die staat op het gazon
maar er niet meer is, alsof hij wil bewijzen dat het een droom was,
een ander tijdslot.

Foto © Nathaniel Brooks

11.12.12

Linksboven én -onder waren aan de beurt vandaag. Raakte en passant ook nog numero cinque kwijt. En toen waren er nog maar 23 over. Dat was het voorlopig. Uitgeteld.

Het was geen dag als elke andere, gescheurd van Komrij's poëziekalender.

10.12.12

METERSTAND

Toen ik je voor het laatst zag, in de haast om je terug te krijgen enz.
de kids getapet en klaar om naar de film te gaan.

Tegen die achtergrond dus. De oude man keek vreemd op.
Wat aan de deur klopt, zijn meestal schoenen,
zo niet dan toch een of andere
melancholie. Er is altijd wel iemand
die het zouteloos vindt. Ik scheurde me uit de armen
van de belangen van het verdwaasde genot
en we spraken met elkaar. Werkten samen aan een vers
dat níet saai zou zijn.

Ik telde tot tien en had daar zo mijn redenen voor, wilde het schip
dragende houden. De oude man antwoordde licht.
Rubberslang of niet, mijn mooiste fuchsia
sputterde in het aquarium, haalde haar schouders op,
steunde niet langer mijn overtuigingen. Er was geen plaats meer voor me
in de tapperij. Moet je een appel ontwerpen?

Daarna wilden ze ons evacueren,
vanwege een vliegende storm, ik loog terug
en liet de wind bij me komen, en hij deed iets wat niemand
had verwacht. Kunnen we de maaltijd gebruiken
op het terras aan het water? Vrijspraak
bij gebrek aan bewijs. Flink gewaagd is half gewonnen. Lopen
als een pluvier, naar de overzijde waden. Summa cum laude in de liefde
en geneeskunst; ik jaag niet alles
door de keel, de geschuurde wijze, belandde via via
ooit eens hier.

De laatste tijd vallen de oude man en ik vaker samen.
Zijn commentaar heeft iets speels over zich en geestigs, hoewel dit niet is
wat ons bindt. Wat wél? Dat gaat dus niemand wat aan.

Ik weet zeker dat men denken zal dat we nu klaar zijn. Maar
dat zijn we niet. Er groeide eens een koelbox.
Als jij me het gekierewiet toesteekt dan vul ik de plaat met koekjes,
omdat zij kunnen, zij moeten worden doorgesluisd.


Dit vers maakt deel uit van een nieuwe reeks gedichten, getiteld Hotel Nieuw Lautréamont, een transmutatie van werk van John Ashbery.