20.1.12

Urgentie versus esthetiek

Er zijn dichters die hun gedicht niet primair als een esthetisch object beschouwen maar als een middel of medium om te worden of te zijn. Dat is een andere inzet dan wat de huidige doorsnee-dichter in het Nederlandstalige gebied op het spel zet. Urgentie versus esthetiek. Ik herlees momenteel Oren Izenbergs studie over deze invalshoek (en over nog veel meer), Being Numerous: Poetry and the Ground of Social Life (Princeton University Press, 2011).

Ook in het Nederlandstalige gebied zou je dichters volgens dit onderscheid kunnen indelen (mijn keuze): Tonnus Oosterhoff, Maarten van der Graaff, Frank Keizer en ikzelf tegenover dichters als Menno Wigman, Martijn Benders en Willem Thies. Nee, niet met de bedoeling om een strijd aan te gaan - ze zijn me allemaal even lief - maar om de gedachten wat te oriënteren. En om aan te geven dat de poëtische beleving en inzet telkens verschilt. Naar verschillende poëzie dient steeds weer door een andere bril te worden gekeken. En nee, dit soort categorische indelingen zijn nooit zwart-wit. Om van een goede of slechte inzet maar helemaal niet te spreken.

Maar wel een invalshoek om eens over na te denken...

Ik vertaal momenteel Keston Sutherlands Hot White Andy (Barque Press, 2009), een gedicht dat zich voortdurend tussen bovenstaande polen heen en weer beweegt. Hieronder de openingsregels:

Lavrov en de Aandelen Tovenaar zweven naar
de zwart gemaakte dogmatische catwalk en je eet ze. Ruil nu
kopen voor eten, dan fuck voor kopen, dan herkauwen voor fuck,
flegmofreen, wil naar het windmolenpark gaan,
Jouw    * kindermenulippen die swingen in de Cathex-Wizz monoplex;
Jouw    * face dat driedubbel zijn leeftijd lift in Wuhan gestanste bliklipjes;
ng kies Jouw uit de herreguleerde einzelgänger PAT om om witte
chocolade te naaien tot op het bot.  [...]

4 reacties:

Martijn Benders zei

Mag ik bij dit hoogdravend gewauwel even de aantekening plaatsen dat Dhr. van 't Hof niet tot de kopers van mijn bundel behoorde en dat ik het daarom heel bijzonder vindt dat hij desondanks mijn poezie zo geweldig goed kan duiden?

Martijn Benders zei

Ik heb Dhr van 't Hof er al eerder op gewezen dat enige aanleg voor filosofie hem totaal ontbreekt. Dat hij meent zichzelf en twee mensen die nog nooit een bundel schreven op één hoop met Tonnus Oosterhoff te moeten gooien moet hij verder zelf weten (ik ben overigens de enige die ooit daadwerkelijk met Oosterhoff werd vergeleken in een officiele recensie, maar dat terzijde) - en dat hij mijn poezie als 'esthetisch' de hoek in wil drijven, bon ton, zelfs als hij naar alle waarschijnlijkheid mijn bundel niet gelezen heeft. Maar dat hij voorts nog gaat staan wauwelen dat ondanks deze nonsensicale, autobevlekkende-politieke indeling 'alles hem even lief is' - nee, sorry, mijnheer de consensusvervalser - ik ben blij dat u de rol van Jezus wilt spelen, maar kunt u dat alsjeblieft binnenhuis doen met de gordijnen gesloten?

Mark van der Schaaf zei

Iedere dichter wordt verramsjt. Zo kocht ik Benders' eerste bundel in De Slegte. Het kan dus prima, buiten het officiële Benderskanaal iets kopen en er een mening over hebben.

Martijn Benders zei

De slegte koopt van boekhandels in, waar mijn tweede bundel niet te krijgen is. Enigerlei mening zou dus puur op mijn eerste bundel gebaseerd moeten zijn - en ook daar is het al een onzinnige mening. Ik ben die mannetjes met hun voorgedrukte visitekaartjes waarop 'avantgardist' te lezen staat nu wel een beetje beu. 'Wij zijn Tonnus Oosterhoff' - ja, nu weten we het wel, Tonnus.