bij terugkeer. Stilte niet langer een uitwijkmogelijkheid.
Kop
enigszins verwilderd, pafferig en bleek,
geen tekenen van cyanosis,
de lippen droog en gespleten.
Geelzucht noch lui oog.
Een huid die overal verslapt.
Fluim op de tong. Achter het rechteroor schilfers
en neiging tot krabben.
Vrij lullig dus. Ik kom na de noodzaak.

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen